Pim Lammers
  • Spanning in Berlijn

    Deze reportage verscheen eerder in de Winq.

    Schrijver Pim Lammers (26) en zijn vriend (27) hebben al bijna zeven jaar een relatie. Hoewel ze het samen nog steeds erg leuk hebben, zijn ze beiden nieuwsgierig naar wat meer spanning. Ze besloten daar samen naar op zoek te gaan in Berlijn.

    donderdag

    Mijn vriend pakt een tube glijmiddel uit de badkamer.
    “Dat zouden we toch juist níét doen?” roep ik verschrikt.
    Toen ‘spanning opzoeken’ een onderwerp van gesprek werd, maakten we meteen één belangrijke afspraak: géén anale seks met anderen.
    “We gaan toch ook gewoon met z’n tweeën seks hebben?”, zegt mijn vriend en hij stopt de tube in onze koffer. We zijn samen de laatste spullen aan het inpakken, over anderhalf uur vertrekt onze trein naar Berlijn.

    We hebben al bijna zeven jaar een relatie – iemand maakte laatst de grap dat dat in homojaren toch zeker 25 jaar is. Gelukkig hebben we het nog altijd heel fijn samen: onze goede gesprekken duren soms tot diep in de nacht, we lachen veel en vrijwel elke avond liggen we in elkaar verstrengeld op de bank Netflix te kijken. Ik geef toe dat ik soms wel wat vaker zou willen vrijen, maar in een goede week zitten we in ieder geval boven het heterogemiddelde.

    Op onze huishoudelijke ruzietjes na, zit alles gewoon goed. En toch gaan we nu naar Berlijn om ‘spanning’ op te zoeken. Gaan we in een seksclub kijken naar neukende mannen, een trio hebben of doen we partnerruil met een ander stel? Bezoeken we een gaysauna? Dompelen we onszelf onder in wilde orgies? Of zoenen we alleen met een paar jongens op de dansvloer?
    “We zien wel”, antwoordde mijn vriend op al die vragen.

    Ik was er zelf niet helemaal gerust op. Ook al lijken al die opties me best leuk, sommige zelfs behoorlijk geil, ik vind ze allemaal ook eng. Want wat als ik het toch niet leuk vind? Of, erger nog, wat als mijn vriend het héél leuk vindt?
    De afgelopen dagen vroeg ik me soms af of we zo geen problemen op zouden zoeken. Maar op andere momenten was ik ervan overtuigd dat we op deze manier juist problemen zouden voorkomen.

    “Eén snelle blik op Grindr en we ontdekten dat onze woonplaats geen goede plek was om samen naar spanning te zoeken”

    Af en toe hadden we wel eens gesprekken over andere jongens, maar we deden er nooit iets mee. Vooral ik vond het nog te eng. Ik kon soms uit het niets jaloers reageren als mijn vriend alleen maar ‘knappe jongen’ zei. Maar ondanks mijn jaloezie en onzekerheid, gaven we op een gegeven moment aan elkaar toe dat we weleens over anderen fantaseerden. Het is misschien ook wel logisch dat we daar na bijna zeven jaar allebei toch wel nieuwsgierig naar zijn.

    Maar we waren het er meteen over eens dat een open relatie niets voor ons zou zijn – nu in ieder geval nog niet. En dan zit er dus nog maar één ding op: de spanning samen opzoeken.

    Eén snelle blik op Grindr en we kwamen erachter dat onze woonplaats geen goede plek was om te beginnen. We zagen daar vrienden en andere bekenden, waaronder overigens ook de knappe kassajongen van de Albert Heijn – helaas niet mijn vriends type.
    Nederland voelde nog iets te dicht bij huis, het buitenland vonden we een veiliger idee. En waar kun je nou beter spanning opzoeken dan in Berlijn?

    Na een lange treinreis en veel vertraging komen we aan in de Duitse stad. We eten eerst wat bij een pizzeria en gaan dan naar het hotel. Ons bed is opvallend groot, groot genoeg voor drie personen. Maar deze eerste avond liggen we er nog met z’n tweeën in. En ik ben blij dat mijn vriend de tube glijmiddel in onze koffer heeft gedaan.

    Pim Lammers op zoek naar spanning in Berlijn
    Foto: Alexander Popov – Unsplash.

    vrijdag

    Tijdens het ontbijt bespreken we onze plannen van vandaag.
    “We kunnen straks even winkelen,” zegt mijn vriend, “en vanavond is er een leuk feestje in een club.”
    “Wat voor feestje? Wat voor club?”
    Youngsters heet het, in een gewone gayclub.” Hij pauzeert even. “Er is wel een darkroom in de kelder. Misschien is dat een goed begin?”

    Na ons ontbijt bezoeken we een paar winkels en al gauw lopen we met volle tassen door de stad. We praten nog niet over de avond, maar in mijn hoofd ga ik allerlei scenario’s langs over wat er zich in die darkroom af zou kunnen spelen. Ik vind er niet één fijn van.

    Na ons diner in een Vietnamees restaurant kopen we bij een avondwinkel een fles wodka en twee blikjes Red Bull. Ik voel nu al dat ik dat nodig ga hebben – vooral de wodka.

    Op de hotelkamer schenk ik onze glazen in. We zetten muziek op en stappen om de beurt onder de douche. Mijn vriend staat daarna lang voor de spiegel. Dat doet hij bij andere stapavonden ook altijd, maar vanavond besteedt hij toch nét iets meer aandacht aan zijn uiterlijk.
    Zelf doe ik dat ook, onder de douche scheer ik me zorgvuldiger dan normaal.

    “in mijn lichaam gaat mijn geilheid de strijd aan met mijn zenuwen”

    De wodka maakt vrolijk, dus bij binnenkomst lopen we meteen door naar de dansvloer. We dansen tussen youngsters en mannen die van youngsters houden. Meteen valt me op dat de sfeer anders is dan in Amsterdam. Ik voel me vrijer, alsof er minder veroordeling en meer openheid is. Het is dan ook niet gek dat hier mannen van alle lichaamstypes hun shirt verruilen voor een harnas.

    Mijn zenuwen zijn weg, al komt dat misschien vooral omdat ik net heb gezien dat de deur naar de darkroom dicht is.
    “Dat is wel een knappe jongen.” Mijn vriend wijst naar een stoere jongen met baardje die even verderop staat te dansen. Precies zijn type, niet dat van mij.

    Gesteund door de wodka of door het kleine beetje zelfvertrouwen dat ik mezelf nét iets knapper vind dan deze jongen, zeg ik: “Waarom zoen je niet met hem?”
    Gelukkig doet mijn vriend dat niet. Hij geeft mij een kus en zegt: “Spanning sámen, niet alleen.”

    Precies op dat moment gaat de deur van de darkroom open en er ontstaat een rij van mannen die zo snel mogelijk naar binnen willen. Wij nemen eerst een wodka. En daarna nog een.

    Pim Lammers op zoek naar spanning in Berlijn.
    Foto: Alexander Popov – Unsplash.

    De darkroom lijkt op de darkrooms waar ik uit nieuwsgierigheid weleens ben geweest: erg donker en overal hoekjes en hokjes om je te verstoppen – of om seks te hebben. Deze darkroom is alleen een stuk groter. Drukker ook. Overal wordt gezoend, gepijpt en geneukt. Vaak in duo’s, soms in groepjes van drie, vier, vijf.

    Onwennig dwalen we rond tot we bij een iets grotere ruimte komen. Drie mannen staan te zoenen. Pas als we dichterbij komen, zie ik een vierde op zijn knieën zitten.
    We blijven staan kijken, langzaam voel ik mezelf geil worden.

    Dan gebaart mijn vriend met zijn hoofd naar twee jongens aan de overkant. Het is het stel dat we boven al intiem met elkaar zagen dansen. Ze zoenen, maar kijken zo nu en dan uitdagend onze kant op. Ik kan het niet goed zien, maar volgens mij staan hun broeken open.
    “Wil je…?” fluister ik.
    “Misschien…” antwoordt mijn vriend.
    Eens moet de eerste keer zijn, dus ik haal diep adem en zeg: “Laten we het doen.”

    We lopen naar ze toe en dan gaat alles ineens heel snel. Voor ik het weet, sta ik met een van de jongens te zoenen.
    Hij zoent erg wild, niet echt lekker. Maar ik durf niet te stoppen en naar mijn vriend te kijken.

    Ondertussen voel ik handen bij mijn kruis. Van mijn vriend? Van de jongens? In mijn lichaam gaat de geilheid de strijd aan met mijn zenuwen.

    De jongen verplaatst zijn lippen naar mijn nek en ik open mijn ogen. Voor het eerst zie ik mijn vriend zoenen en ik voel precies waar ik bang voor was: een pijnlijke steek van jaloezie in mijn buik.

    Alsof hij het aanvoelt, kijkt mijn vriend op en zoent me. Onze kus duurt alleen niet lang, de jongens dringen zich weer op. Handen lijken overal vandaan te komen, ze halen mijn half stijve pik uit mijn broek. Ik voel ook aan hun pikken, zij zijn allebei keihard.

    Ineens gaat een van hen door zijn knieën. Ik kijk omlaag, naar zijn gezicht tussen drie pikken. Ik voel me nu helemaal onrustig worden – dit gaat te snel. Vlug trek ik hem aan zijn schouders omhoog.
    Erstes Mal?” vraagt hij glimlachend.
    Yes”, antwoord ik, een beetje beschaamd. Maar er is geen tijd voor schaamte, het zoenen en voelen gaat weer door.

    Ik wacht een minuut en vraag dan fluisterend aan mijn vriend: “Zullen we gaan?”
    We ritsen onze broeken weer dicht, geven de twee jongens een laatste kus en een verontschuldigende glimlach. Alsof er niets is gebeurd, gaan zij door met z’n tweeën.

    We gaan naar buiten en nemen een taxi terug naar ons hotel. In bed beginnen we de ontmoeting te bespreken, maar we zijn allebei te moe. Midden in ons gesprek vallen we in slaap.

    “Het aanmaken van een gezamenlijk Grindr-profiel duurt langer dan verwacht. We kunnen de juiste foto niet vinden”

    zaterdag

    De volgende ochtend worden we pas laat wakker. De kater bonkt in mijn hoofd. In bed bespreken we ons avontuur met het Duitse stel en komen al snel tot de conclusie dat het best geil was, maar ook nog een beetje onwennig.

    “Misschien lag het aan de jongens”, zegt mijn vriend.
    “Of het lag aan de darkroom”, antwoord ik. “We kunnen eens op Grindr kijken?”

    Meteen installeren we de app op mijn telefoon. Het aanmaken van een profiel duurt wat langer dan verwacht. We kunnen de juiste foto niet vinden – heb ik eindelijk een foto waar ik leuk op sta, is mijn vriend niet tevreden met zijn lach. Dit herhaalt zich totdat we uitkomen bij onze foto’s van zes jaar geleden.
    We maken dus maar een nieuwe selfie, lachen onze katers weg en 35 pogingen later hebben we een goede foto.

    Het vinden van de juiste jongen blijkt nóg lastiger te zijn. Onze types verschillen heel erg – ik val op jonger, kleiner en glad, mijn vriend op ouder, langer en harig. Op Grindr wordt dat nog eens flink benadrukt. Toch zijn onze eerste, voorzichtige gesprekken best leuk, zélfs die met de oudere en bebaarde mannen.

    De honger dwingt ons na een tijdje uit bed en we gaan de stad in voor een late lunch. Mijn vriend heeft een paar exposities uitgezocht, maar ook daar gaan de chatgesprekken door. Na elk kunstwerk stoppen we even om samen een berichtje te beantwoorden.

    Maar echt afspreken houden we nog even af. We geven de kater de schuld, maar stiekem durven we het allebei nog niet zo goed. Een Grindr-date voelt wel erg intiem.

    ’s Avonds kijken we in bed een film. Om de tien minuten zetten we hem op pauze. Onze nieuwe app is leuk, verslavend bijna. Inmiddels ontvangen én versturen we zelfs een paar nudes.

    Vlak voor de film is afgelopen, spreekt een erg knappe jongen ons aan. Tot in detail beschrijft hij wat hij met ons wil doen. We laten ons volledig meevoeren in zijn fantasie. En als hij na een tijdje niet meer online is, fantaseren mijn vriend en ik nog even door.
    Zonder de jongen uit te nodigen, komen we tegelijkertijd klaar.

    Pim Lammers op zoek naar spanning in Berlijn.
    Foto: Pim Myten – Unsplash.

    zondag

    We staan vroeg op en bezoeken een expositie waar we gister door alle gesprekken niet meer aan toe zijn gekomen. Het Grindr-geluidje komt een aantal keer uit mijn broekzak, maar de app houdt ons nu iets minder bezig.

    Als we gaan lunchen, googelt mijn vriend wat we die middag kunnen doen. Ik antwoord ondertussen op een paar jongens. Eén van hen is new jersey boy, een 21-jarige, knappe uitwisselingsstudent uit Amerika. Hij is grappig en stelt oprechte vragen over onze relatie.
    Der Boiler is hier om de hoek”, zegt mijn vriend ineens.

    Over Der Boiler hadden we al gelezen: een grote, populaire gaysauna die in het weekend 72 uur lang open is. We besluiten te gaan, vooral uit nieuwsgierigheid.

    De twee gaysauna’s waar ik eerder ben geweest, waren vaak erg klein. Maar hier lijkt het bij binnenkomst haast om een groot wellnesscomplex te gaan. Er staan honderden kluisjes en die zijn ook nodig: talloze mannen zijn zich aan het aan- of uitkleden.

    Een knappe jongen strikt net zijn veters. Jammer, schiet heel even door mijn hoofd. Hij ziet me kijken en glimlacht. Snel ga ik weer door met omkleden.

    We gaan twee trappen af en komen zo bij het echte saunagedeelte. Daar is het nog drukker. Overal zien we halfnaakte mannen: ze lopen rondjes, staan op de uitkijk of zitten op bankjes met elkaar te praten. Verschillende leeftijden en verschillende lichaamstypes, maar allemaal dragen ze alleen een handdoekje. Of ze zijn helemaal naakt.

    In een groot bubbelbad zitten meer dan dertig mannen op elkaar gepropt. Sommigen praten, anderen zoenen. Maar de steamroom lijkt het populairst, er lopen constant mannen in en uit.

    In het darkroomgedeelte zijn talloze hokjes en een doolhof, een écht doolhof. Maar de geur van poppers en anale seks is daar iets te sterk, dus we blijven er een beetje uit de buurt.

    We lopen een paar rondjes, drinken een drankje en wachten tot we gewend zijn – aan de locatie, aan de mannen, aan het dragen van het kleine handdoekje. Na een uur durven we de steamroom in te gaan.

    “terwijl we de ruimte voorzichtig verkennen, duwen we grijpgrage handen weg”

    De ruimte is door allerlei muurtjes veranderd in een soort gangenstelsel. Het is er verschrikkelijk heet en de stoom zorgt ervoor dat we weinig zien, maar door de vele geluiden en schimmen kunnen we er een levendige voorstelling van maken.

    Terwijl we de ruimte voorzichtig verkennen, duwen we grijpgrage handen weg. De hitte, het donker, de naakte mannen – het is best spannend allemaal, ik begrijp waarom er zoveel mannen zijn.

    Heel soms herkennen we het silhouet van iemand die we buiten de steamroom al hebben gezien. Zoals de knappe jongen met de opvallende flapoortjes.
    “Dat is die jongen die naar je lachte”, zeg ik tegen mijn vriend.
    “Is goed”, antwoordt hij. Hoewel mijn opmerking eigenlijk geen voorstel was, ben ik stiekem ook wel benieuwd. Dus als hij langs ons loopt, raak ik voorzichtig zijn heup aan. Hij blijft staan. Zijn linkerhand gaat naar de pik van mijn vriend, zijn rechterhand naar die van mij. Onze handen gaan tegelijkertijd naar die van hem.

    We voelen zijn pik in onze handen groeien. Het is geil, maar als ik even later wat meer aan de spanning gewend ben, merk ik dat zijn lichaam vooral naar mijn vriend is gedraaid. Zijn rechterhand beweegt ook niet meer, zijn linkerhand wel.

    Ik laat de pik los. Ik kan het niet helpen, maar voel me ineens erg afgewezen. Ben ik nu het derde wiel aan de wagen? Gelukkig laat vlak daarna ook mijn vriend de pik van de jongen los. In een rustig hoekje verderop, alleen naast ons staan twee mannen wild te tongen, blijven we staan.
    “Spannend was dat hè?” fluistert mijn vriend.
    Ik vertel hem wat er gebeurde, hoe ik me voelde.
    “Vervelend”, zegt hij. “Wil je een nieuwe jongen zoeken?”

    Hand in hand lopen we een rondje en ontdekken dan in het donker een knappe twink. We overleggen even en lopen vervolgens op hem af.
    Hij reageert helaas niet op mijn uitnodigende hand, dus ik loop door. Als ik me daarna omdraai, zie ik dat hij zich wél vol overgave aan mijn vriend aanbiedt. Weer word ik overspoeld door dat afgewezen gevoel. Mijn vriend worstelt zich uit de omhelzing en loopt achter mij aan naar de deur. Die gaat precies op dat moment open en in het binnenvallende licht zie ik een knappe jongen binnenkomen.

    Ik blijf staan, een nieuwe poging. Maar de jongen loopt langs mij heen en recht op mijn vriend af. Verdomme. Ik weet dat mijn vriend erg knap is, maar waarom willen de jongens hier niet óók met mij?

    Ik voel aan alles dat ik klaar ben met deze steamroom, met deze gaysauna en met deze Duitse jongens. Gelukkig komt mijn vriend meteen achter me aan. Tijdens het aankleden probeert hij mijn gevoel van afwijzing nog te verzachten: “Er waren meer dan genoeg mannen die naar je keken, zonder baard val je hier gewoon sneller op, kijk naar alle handen die jíj weg hebt moeten duwen, het lag echt niet aan jou…”

    Pim Lammers op zoek naar spanning in Berlijn
    Foto: Alexander Popov – Unsplash.

    Buiten is het inmiddels avond geworden. Ik zie dat we nieuwe berichtjes hebben van new jersey boy. Hij vraagt of we zeker weten dat we vanavond niet af willen spreken, het zou hem namelijk extremely hot lijken. In een ander berichtje stelt hij voor dat hij ook alleen naar ons zou kunnen kijken terwijl wij seks hebben.

    Ineens voel ik geen terughoudendheid meer en ik laat mijn vriend de berichtjes lezen.
    “Weet je het zeker?”, vraagt hij.
    Ik knik. “Een trio via Grindr hebben we dit weekend nog niet geprobeerd.”
    “Oké”, zegt mijn vriend en hij lacht even. “Dit weekend is toch al één groot avontuur.”

    Ik stuur het adres van ons hotel, dat hij om 21.00 uur mag komen en dat we er zin in hebben. “Looking forward to it!” stuurt new jersey boy terug, gevolgd door twee smileys waarvan ik pas gisteren heb geleerd dat ze met seks te maken hebben.

    Ineens slaat de paniek toe: over anderhalf uur is hij er al en we moeten nog eten, ons klaarmaken, bespreken wat we allemaal willen doen én vooral bespreken wat we allemaal niet willen doen. Ik vraag me nu ook af of ik er eigenlijk wel zin in heb – mijn geilheid is door de jongens uit de steamroom compleet verdwenen. Doe ik dit nu echt alleen maar om mijn zelfvertrouwen een boost te geven?

    We eten snel even iets en stappen daarna allebei kort onder de douche. Ondertussen bespreken we belangrijke vragen als: wat doen we als het niet leuk is? Wie zoent hem het eerst? Gaan we wel of niet pijpen? Komen we op het einde klaar? Waarom doen we dit ook alweer?

    En dan is het ineens al 21.00 uur en stuurt new jersey boy dat hij er is. Ik ga naar beneden en in de lobby stelt een lange, aantrekkelijke jongen zich voor als Deejay. Hij heeft een lieve lach waardoor ik even mijn zenuwen vergeet. Heel even.

    Ik ontwijk de nieuwsgierige blik van de hotelreceptioniste en neem de jongen mee naar de lift. We praten over zijn studie en het leven in Berlijn. Als we voor onze hotelkamer staan, doet mijn vriend open. Alsof ik Deejay al jaren ken, stel ik ze aan elkaar voor. Mijn vriend en ik wisselen stiekem een blik uit: hij vindt hem ook leuk.

    We gaan op bed zitten en vervolgen het gesprek uit de lift. Het is nog een beetje ongemakkelijk. Wanneer begin je nu over seks? Ik weet het niet en uit het niets vraag ik of hij wel eens een trio heeft gehad. Ik zie mijn vriend kijken: héél subtiel. Deejay lacht even en schudt dan zijn hoofd. “You will be my first.”

    Ik verzwijg voor het gemak onze eerdere avonturen van dit weekend en zeg dat dat ook voor ons zo is. “We’re a bit nervous.” Dát is niet gelogen.
    I understand”, zegt Deejay. “Feel free to tell me if you want me to stop.”
    Het is even stil.
    Can I kiss you?” vraag ik dan maar.

    Hij knikt. Ik buig voorover en we beginnen voorzichtig te zoenen. Hij zoent lekker, héél lekker. Als mijn vriend zich daarna vooroverbuigt, maak ik me klaar voor de jaloerse steek in mijn buik. Maar die komt niet.

    Ik vind het juist leuk om te zien, opwindend zelfs. Dit gevoel ken ik niet. Ik kan er alleen niet langer over nadenken – mijn vriend trekt me naar hen toe. Al snel gaan onze shirts uit, gevolgd door schoenen, sokken, broeken, onderbroeken. Met onze handen en tong ontdekken we het lichaam van Deejay.

    Het is fijn, het is lekker, het is geil. En het gaat allemaal vanzelf, elke handeling loopt soepel over in een nieuwe handeling. Af en toe kijken mijn vriend en ik elkaar aan, steeds glimlachend. En dan, zeker een uur later, komen we alle drie klaar. Uitgeput blijven we op bed liggen.

    I wish I could stay the night,” zegt Deejay nadat we elkaar een tijdje hebben gestreeld, “but I got exams tomorrow.”
    We kijken toe hoe hij zich weer aankleedt en lopen met hem mee naar de deur. Daar nemen we afscheid en bedanken elkaar uitvoerig.
    It was the best first experience I could wish for”, zegt mijn vriend, Deejay of ik.
    Als hij weg is, laten mijn vriend en ik ons meteen weer op bed vallen. Voor de tweede keer die avond hebben we seks. En na meer dan zes jaar ontdekken wij opnieuw elkaars lichaam.

    maandag

    Het is nog vroeg als onze trein vertrekt. Mijn vriend ligt met zijn hoofd op mijn schouder, we zijn allebei slaperig van de intense nacht.
    Na een laatste berichtje aan Deejay, hebben we Grindr verwijderd.

    Berlijn was een fijn uitstapje, maar het voelt goed om nu weer naar huis te gaan. We hebben veel meegemaakt, zeker voor een eerste keer. Misschien lieten we ons wel iets te veel meeslepen door alle spanning en hadden we het veel rustiger aan moeten doen. We hebben dit weekend in ieder geval veel geleerd, over onszelf en over elkaar.

    Een reisje naar Berlijn boeken we vast nog wel eens, over twee maanden of over twee jaar. Misschien is de gaysauna dan wél een succes. Of misschien is Deejay dan weer online. Maar voorlopig heb ik vooral zin in een avondje Netflix op de bank.

  • Geloof boven geaardheid

    Deze reportage verscheen eerder in Trouw.

    Pim begrijpt er niets van. Zijn ex-geliefde Lesley neemt een heftige beslissing: zegt de huur van zijn huis op, dient zijn ontslag in en neemt afscheid van al zijn vrienden. Hij gaat terug naar zijn familie, terug naar de Jehova-gemeenschap. Hoe kun je als homo daarvoor kiezen?

    Ik sta op Utrecht Centraal en open mijn WhatsApp. Ik schrijf hem dat hij me onder de ‘wolkjeslamp’ kan vinden. Daarna klik ik op de foto boven ons gesprek. Het is een selfie met één van zijn zussen. Ze lachen, ze lijken gelukkig. Heel even vraag ik me af of Jehova’s Getuigen wel selfies mogen maken, en of ze überhaupt wel op WhatsApp mogen zitten.

    Als ik opkijk van mijn scherm zie ik dezelfde lach als op de foto. Lesley loopt op me af. Hij draagt een paarse pet, dezelfde die hij jaren geleden ook altijd op had. Hij heeft geen stropdas om, schiet door mijn hoofd. Ik was ervan overtuigd dat stropdassen verplicht waren. Of zou hij zich voor mij hebben omgekleed? Ik besluit hem dat later te vragen. Ik wil hem nu eerst omhelzen.

    En eindelijk, na jaren, doen we dat weer.

    Drie weken geleden stuurde Lesley mij een berichtje: ‘Lieve Pim, de afgelopen tijd moest ik vaak denken aan wat je ooit eens tegen mij zei: dat ik niet zomaar uit je leven moest verdwijnen om terug te gaan naar mijn geloof. Ik heb toen gezegd dat ik dat nooit zou doen zonder afscheid van je te nemen. Dat moment is nu gekomen. Ik doe het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan, afscheid nemen van de gayscene. Jarenlang heb ik het volgehouden, maar ik mis mijn familie en vrienden in het geloof te erg. Ik heb gemerkt dat de gaywereld mij niet kan bieden wat ik probeerde te vinden, dus ik ga terug. Ondanks dat wij elkaar al zo lang niet hebben gesproken, wilde ik je dit laten weten. Bedankt voor je vriendschap. Liefs, Lesley’

    Ik schrok. Ik wilde meteen naar hem toe, om met hem praten en hem ervan te overtuigen dat hij een verkeerde beslissing nam. Maar hij woonde weer bij zijn ouders en had het te druk. Nu hij ‘thuis was gekomen’, moest hij eerst al zijn familieleden weer zien.

    Gelukkig, na drie volle weken, wilde hij alsnog afspreken.

    Propagandamateriaal

    “Waarom schrijf je er geen artikel over?” vroeg een vriend aan mij nadat ik hem had verteld over het berichtje van Lesley. “Hoe vaak lees je nou zoiets?”

    Bijna nooit. Maar de keren dat ik er wél over las, waren het tenenkrommende interviews met koppen als ‘Ik ben genezen van mijn homoseksualiteit’ of ‘Ik leef volgens Gods wil’. Ik dacht altijd dat dat verzonnen stukken waren, niet meer dan wat propagandamateriaal voor de kerk. Ik vond die artikelen verschrikkelijk.

    “Nee”, antwoordde ik dan ook. “Ik wil niet dat mensen denken dat ik het aanmoedig.”

    Maar in de dagen voor ik Lesley zou zien, dacht ik er wel over na. En ik besloot om zijn verhaal toch op te schrijven. Ik had het einde al bedacht: hij zou terugkomen. Tijdens onze ontmoeting zou ik hem laten inzien dat hij een verkeerd besluit had genomen. En met mijn vriendschap zou ik hem een thuis bieden waar hij zichzelf kan zijn.

    We lopen naar een restaurant om de hoek van het station. Als we gaan zitten, vraag ik hoe het met hem gaat.

    Meteen heb ik spijt. Stomme vraag. Natuurlijk gaat het niet goed. Hij is net terug de kast ingegaan, heeft zijn spullen weggedaan en afscheid genomen van al zijn vrienden. Hij heeft zelfs zijn baan bij de bank opgezegd. Had ik geen betere vraag kunnen bedenken?

    Een warm bad

    Maar Lesley glimlacht en zegt: “Het gaat goed.” Dat had ik niet verwacht. Ik had verwacht dat hij zou gaan huilen, mijn tranen stonden al klaar in mijn ogen om mee te doen. Ik slik ze weg.

    “Echt waar?”

    Lesley knikt en vertelt over zijn nichtjes, dat ze al zo groot zijn geworden.

    Het lijkt net alsof ik luister naar iemand die lang op reis is geweest en nu eindelijk terug is.

    “Toen ik mijn vader en moeder na jaren weer ontmoette, voelde dat echt als een warm bad.”

    Ik denk even aan zijn ouders. Naast zijn bed stond altijd een foto van hen. Ze lachten op die foto, maar toch leken het me kille mensen. Want wat voor ouders verbreken nou het contact met hun kind?

    “Ik voel me goed”, gaat Lesley verder. “Ik ben weer thuis.”

    “Maar je bent homo”, zeg ik. En dan stel ik een vraag waarvan ik niet had gedacht dat ik hem ooit zou stellen: “Of ben je nu geen homo meer?”

    “Natuurlijk ben ik dat nog, dat zal ik altijd blijven. Dat weet mijn familie ook, maar nu kan ik er met ze over praten en hoef ik mij niet te verschuilen achter een masker. Ik ga er alleen niets meer mee doen. Dat is natuurlijk moeilijk, maar het geloof zal mij helpen. Dat is echt weer een houvast in mijn leven.”

    Toen ik Lesley net leerde kennen, was zijn geloof juist iets wat hij achter zich probeerde te laten. Op mijn achttiende verhuisde ik van Friesland naar Amsterdam. Voor mijn studie, maar vooral voor het uitgaansleven. Op een van die eerste avonden ontmoette ik Lesley. Hoewel hij al wat ouder was dan ik, begon ook hij net met het ontdekken van de gayscene.

    Beeld: Sjoerd van Leeuwen

    Vriendschap

    Zijn leven daarvoor had er heel anders uitgezien: hij was opgegroeid in de Jehova-gemeenschap en had zijn homoseksualiteit jarenlang verborgen gehouden. Op een gegeven moment was dat hem te veel geworden en hij verliet de gemeenschap. Hij verloor daarmee niet alleen het geloof, maar ook zijn familie en vrienden. Zijn hele leven moest hij achter zich laten. Hij kreeg daar wel iets voor terug, iets belangrijks: hij kon eindelijk zichzelf zijn.

    Ik was onder de indruk van zijn verhaal, maar meer nog was ik onder de indruk van hem. We werden vrienden, beste vrienden zelfs, maar dat was voor mij niet genoeg. Ik wilde meer. Hij ook, toch lukte een relatie ons niet. Lange tijd dacht ik dat dat kwam door het leeftijdsverschil, maar het was zijn geloof. Hij kon zijn geloof nog niet helemaal achter zich laten, hoe erg hij ook zijn best deed.

    Niet veel later verloren we elkaar uit het oog.

    “Maar waarom wilde je terug?” vraag ik. “Kon je niet gelukkig worden?”

    “Ik heb het meerdere keren geprobeerd, een relatie met een man. Maar het lukte me gewoon niet. Ik voelde aan alles dat het niet goed was, dat het niet mag.”

    Ik denk aan onze vriendschap en aan hoe graag ik wilde dat het meer werd. Ik had gehoopt dat hij na mij iemand was tegengekomen met wie het wél was gelukt. Ik had niet gedacht dat zijn geloof hem zolang in zijn greep zou houden.

    “De rest van het gaywereldje was me wat te oppervlakkig”, gaat Lesley verder. “De feestjes, de seks … Natuurlijk heb ik ook mensen ontmoet die belangrijk voor me zijn geworden.

    Jeremy en Ruben. Daan natuurlijk. Misschien zie ik hen nog wel eens.”

    “Mag dat dan nog?”

    “Jawel”, antwoordt Lesley. “Maar het gaat lastig worden om alles te combineren, mijn ideeën wijken erg af van die van anderen nu ik terug ben in het geloof. We hebben heel verschillende levens, en heel verschillende interesses.”

    Ik weet niet wat ik moet zeggen, de serveerster gelukkig wel. “Willen jullie nog wat drinken?”

    Een zelfgekozen familie

    Als Lesley even naar het toilet gaat, pak ik mijn telefoon. Ik stuur een appje naar een vriend, dat het fijn is om Lesley weer te zien, maar dat ik niet zo goed weet wat ik moet doen om hem te helpen. Hij antwoordt meteen: “Door nu tegenover hem te zitten, doe je waarschijnlijk al heel veel voor hem.”

    Je kunt van mij zeggen dat ik behoorlijk in het gaywereldje zit, vrijwel al mijn werk heeft ermee te maken en ook zijn bijna al mijn vrienden queer. Zelfs mijn enige ‘hetero’-vriend heeft een tijdlang uit nieuwsgierigheid op datingsite Grindr gezeten.

    Vind ik het een oppervlakkig netwerk? Nee, zeker niet.

    Natuurlijk, tijdens dronken nachten in gayclubs of na anonieme seks via apps voeren we niet vaak diepgaande gesprekken. Maar de gaywereld is zoveel meer dan dat. Ik heb er niet alleen mijn huidige vriend ontmoet, maar ook mijn vrienden die als een fijne, zelfgekozen familie altijd voor me klaar zullen staan.

    Heeft Lesley dan misschien niet de juiste mensen ontmoet?

    Als hij weer naar ons tafeltje loopt, kijk ik naar hem. Hij is knap, hij is leuk – er zijn genoeg mannen die met hem zouden willen daten, die hem een kant van de gaywereld willen laten zien die verre van oppervlakkig is. Er zijn er vast ook genoeg die die uitdaging zijn aangegaan, net als ik jaren geleden. Maar wat we ook hebben geprobeerd, Lesleys geloof is er als een zware, stenen muur voor blijven staan.’

    Terug naar God

    Ik weet dat Jehova’s Getuigen geen relatie mogen hebben met iemand van hetzelfde geslacht. Ik weet dat ze geen porno mogen kijken, geen verjaardagen mogen vieren, niet mogen masturberen. Ik weet niet of ze wel gelukkig mogen worden.

    Ik vraag Lesley of hij denkt dat te gaan worden.

    “Misschien word ik niet gelukkig, maar dat is dan tijdelijk. Hierna, na dit leven op aarde, zal ik dat wel zijn.”

    Ik zeg niets. Ik dacht dat hij, na al die jaren, daar niet meer in geloofde.

    “Maar eigenlijk voel ik me best goed. Het is zo fijn om mijn familie weer terug te hebben.”

    “Ben je dan niet boos op ze?” vraag ik. “Ze hebben nooit iets van zich laten horen.”

    “Dat deden ze uit liefde.”

    “Uit liefde?” Ik verslik me in mijn wijn.

    “Ze hoopten dat ik zo sneller terug zou komen. Terug naar hen, terug naar God.”

    “Dat is ze gelukt, denk ik bij mezelf. En ik voel me boos worden. Boos op Lesleys ouders, op zijn God, op mezelf – want waarom weet ik nu niet de juiste zinnen te vinden om hem te helpen?

    Beeld: Sjoerd van Leeuwen

    We rekenen af. Voor we opstaan, wijs ik naar zijn pet.

    “Heb je die speciaal voor mij opgedaan?”

    “Speciaal voor jou? Hoezo?”

    “Moet je geen stropdas dragen? Elke dag strak in pak?”

    “Je hebt een bijzonder beeld van ons”, zegt Lesley lachend.

    Ons. Hij zegt ons.

    Net als we het restaurant uit lopen, fietst er een knappe jongen langs. Ik kijk hem na en draai me dan weer om naar Lesley. Hij keek ook.

    “Kijken mag wel?” vraag ik.

    “Ik kan nog steeds zien of iemand knap is.”

    “En flirten dan? Mag dat?”

    Lesley antwoordt niet, lacht alleen even. Intussen lopen we het station weer in.

    “Toen ik net kwam kijken in de gaywereld had jij als geen ander begrip voor mijn situatie”, zegt Lesley ineens. “Daar zal ik je altijd dankbaar voor zijn.”

    Hoewel hij het goed bedoelt, doet die opmerking pijn. Wat als we contact hadden gehouden? Wat als we elkaar de afgelopen jaren nog hadden gezien? Misschien was hij dan gebleven.

    Geloof boven geaardheid

    We nemen afscheid. Ik sla mijn armen om hem heen en voel aan alles dat ik niet wil dat hij weggaat. Maar Lesley maakt zich alweer los uit onze omhelzing.

    “Bedankt voor het eten.”

    Nu moet ik iets zeggen. Dat hij niet zo stom moet doen en gewoon terug moet komen, dat hij zichzelf moet zijn. Maar dat zeg ik allemaal niet, ik glimlach alleen.

    Hij loopt naar de incheckpoortjes, draait zich daar om en zwaait.

    Hij komt niet terug

    Nu, een paar weken later, schrijf ik onze ontmoeting op.

    Lesley heeft zijn keuze gemaakt: geloof boven geaardheid. Hij deed dat niet om reclame te maken voor zijn kerk, niet om anderen te inspireren. Hij deed dat voor zichzelf. Ik dacht altijd dat er maar één juiste keuze was. En dat als je daarvoor zou kiezen, alles vanzelf goed zou komen. Maar het kwam niet goed, zijn geloof maakte dat onmogelijk.

    Ik denk aan het einde dat ik voor dit verhaal had bedacht. Dat kan ik nu niet opschrijven, want Lesley is niet teruggekomen. Het was ook stom van mij om dat te denken, natuurlijk kan ik hem niet redden.

    Ik kan alleen maar hopen dat hij gelukkig wordt, het liefst nog in dit leven.

     

  • Verliefd op Jonas

    Deze reportage verscheen eerder in Trouw.

    De middelbare-schooltijd van Pim werd gekleurd door Jonas: hij was zijn grote, onbeantwoorde liefde. Sindsdien heeft hij zich afgevraagd of Jonas niet stiekem ook op jongens viel. Nu, jaren later, spreekt hij ergens met hem af. 

    Ik zit in een hip koffietentje in Groningen en staar naar mijn thee. Ik durf het kopje niet op te pakken, bang dat mijn trillende handen het hete water over de rand zullen morsen. Vierentwintig jaar, maar het voelt alsof ik weer dertien ben. Ik wacht op Jonas, een jongen van wie ik niet weet of ik hem nog wel herken. En ook niet of hij mij nog wel zal herkennen. Het is inmiddels alweer zes jaar geleden dat we elkaar voor het laatst hebben gezien.

    Mijn moeder gaat binnenkort verhuizen en vroeg mij of ik een paar dagen langs wilde komen. Voor de gezelligheid, maar vooral om mijn oude slaapkamer op te ruimen. Zo zat ik afgelopen week op dat hete zolderkamertje waar ik schriften, foto’s en andere papieren door mijn handen liet gaan. Steeds maar weer kwam ik Jonas’ naam tegen, in amateuristische liefdesgedichten en in smekende brieven die ik nooit verstuurde.

    Ik vond ook de klassenfoto van de tweede klas, 29 vwo-leerlingen kijken lachend de camera in. Ik probeerde niet als eerste mezelf te ontdekken, mijn ogen zochten Jonas. De voorste rij, tweede van links. Een dertienjarige jongen met warrig blond haar en een lieve glimlach. In dezelfde rij sta ik, met maar een paar leerlingen tussen ons in. Ook dertien, de leeftijd waarop ik voor het eerst verliefd werd. Ik keek naar de foto, van Jonas naar mezelf. En ik besloot hem een berichtje te sturen.

    Drie kussen of één kus

    De deur gaat open en ik kijk op. Jonas. Mijn maag voelt zwaar, mijn wangen voelen warm. Hij kijkt rond en zijn blik blijft hangen bij mijn tafeltje. Hij herkent mij meteen, dat voelt goed. Hij lacht naar me, steekt zijn hand op en loopt op me af.

    Ik kan nu al zien dat hij ouder is geworden, maar ook dat hij bijna niet veranderd is. Hij is nog steeds knap. Ik ben blij dat ik vanmorgen iets langer voor de spiegel heb gestaan.

    Als hij vlak voor me staat, sta ik op. We aarzelen even. Waarschijnlijk denkt hij hetzelfde als ik: drie kussen of één kus, een knuffel of een hand? Een hand, beslist hij.
    “Leuk om je weer te zien”, zegt hij.
    “Ja”, antwoord ik zenuwachtig. “Vind ik ook.”

    We gaan zitten en kijken elkaar even onderzoekend aan. Zijn ogen zijn hun donkerblauwe kleur niet kwijtgeraakt. Ook de rest van zijn gezicht is nog hetzelfde, lief en uitnodigend. Ik weet meteen weer waarom ik zo lang verliefd op hem was. Het enige dat nieuw is, is zijn lichte stoppelbaardje. Dat staat hem goed.

    Ik ben niet de enige die zich wat ongemakkelijk voelt, maar al gauw praten we over wat ik de afgelopen zes jaar heb gedaan en daarna over wat hij de afgelopen zes jaar heeft gedaan. Het gesprek loopt precies zoals dat zou moeten lopen als twee mensen elkaar jaren niet gesproken hebben.

    “Ik ga even koffie bestellen”, zegt hij. “Wil jij nog wat?”
    “Ik heb nog”, zeg ik en kijk hoe hij opstaat en naar de barista loopt.

    Jongens zijn leuker

    Met de klassenfoto in mijn handen, zocht ik hem op via Facebook. Zijn profielpagina vertelde mij niet veel, ik vond wat oude foto’s en dat hij in Groningen woonde. Vlak bij mijn ouderlijk huis, een kleine drie kwartier met de bus.

    Verscholen achter de veiligheid van mijn werk als schrijver, durfde ik hem een berichtje te sturen: ‘Hoi Jonas, hoe gaat het met je? Ik schrijf een artikel over mijn jeugd en ik vroeg me af of ik je daarvoor kon interviewen?’

    Beeld Kwennie Cheng

    Binnen enkele minuten kreeg ik antwoord: ‘Hee Pim! Dat is prima. Ik kan deze week al wel?’ Het was de snelheid, het enthousiasme of de combinatie daarvan, die me meteen aan het denken zette. Zou hij dan toch ook…?

    Ik keek weer naar de klassenfoto. De dag waarop de foto is gemaakt, zag ik Jonas voor het eerst: de mooiste jongen die ik ooit had gezien. Zijn haren, wenkbrauwen en wimpers waren prachtig blond, zijn lichaam lang en een beetje slungelig. Maar het waren vooral zijn ogen: groot, lief en van een donkerblauw dat ik daarna nooit meer heb gezien – al heb ik er nog lang naar gezocht. Die ochtend, de lesroosters hadden we nog niet gekregen en de foto was nog niet gemaakt, wist ik het voor het eerst helemaal zeker: jongens zijn leuker dan meisjes.

    Ook dertien geweest

    Jonas zet een kop koffie op tafel en gaat zitten. Moet ik het dan nu aan hem vertellen? Hij zou boos kunnen worden. En denken dat ik hem hierheen heb gelokt, omdat ik nog steeds verliefd ben – ben ik dat eigenlijk nog steeds? Of ben ik dat nu opnieuw?

    Hij kan zich ook aangerand voelen, verkracht door wat ik toen in mijn hoofd verzon. Verliefd zijn brengt veel gedachten en fantasieën met zich mee, al helemaal voor een dertienjarige. Dat weet hij ook, hij is ook ooit dertien geweest.

    Misschien staat hij wel op, loopt hij boos weg. Misschien blijft hij zitten, zegt hij dat hij ook verliefd was op mij.
    Hij moet het weten. Ik moet het weten.

    “Ik was verliefd op je, van de tweede tot aan de zesde klas.”
    Ik zeg het vlug, uit het niets. Jonas kijkt me aan en weet duidelijk niet wat hij moet zeggen.
    “Sorry”, zeg ik. “Ik wilde dit niet ongemakkelijk maken.”
    “Hoe lang was je verliefd op mij?” vraagt hij verbaasd.
    “Eh, van de tweede tot aan de zesde klas?”
    Hij knikt even, duidelijk overweldigd door wat ik vertel. Maar hij zegt niets.
    Was je ook verliefd op mij, wil ik vragen, maar durf dat niet.

    ‘Onbereikbare hetero’

    Jonas kleurde mijn middelbare schooltijd, hij was mijn grote, onbeantwoorde liefde. Al heb ik wel altijd hoop gehad: misschien viel hij ook op jongens, maar durfde hij dat nog aan niemand te vertellen. Er waren dagen dat ik daarvan overtuigd was. Ik had mijn coming-out nog niet gehad, dus waarom zou hij niet ook in de kast zitten?

    Ik vroeg het me ook nog vaak af als ik terugdacht aan mijn jaren op de middelbare school. Ik twijfelde dan of ik wel verliefd was geweest op een ‘onbereikbare hetero’. Het kon toch dat Jonas stiekem ook op jongens viel? Door vrienden werd dat steeds afgedaan als wishful thinking, maar ik twijfelde oprecht.

    Jonas was een van de liefste jongens die ik heb ontmoet. Hij voetbalde dan wel mee met de stoere jongens uit de klas, hij hoefde zich nooit te bewijzen door een grote mond op te zetten. Hij was juist rustig en stil, een verlegen jongen. Dat gaf hem iets mysterieus.

    We hadden ook veel gemeenschappelijk. Hij zat net als ik op korfbal, helaas in een ander team. We konden beiden goed opschieten met meisjes. We volgden als een van de weinige jongens tekenlessen. Als we zoveel deelden, waarom dan niet ook onze geaardheid?

    En als Jonas geen homo was, hoe kon ik dan zijn knipoog verklaren? Mijn mooiste jeugd-herinnering: op een vrijdagmiddag in de vierde, de bel had net het weekend ingeluid, liep ik naar buiten toen ik mijn naam hoorde. Jonas’ stem. Met rode wangen draaide ik me om. Hij stond glimlachend in de deuropening en riep: “Fijn weekend, Pim!”
    En hij knipoogde. “J-jij ook!” stotterde ik terug.

    En ik zag hoe hij zich omdraaide en wegliep. Ik bleef verward staan. Hij had mij nog niet eerder een fijn weekend gewenst. We praatten sowieso niet vaak, een enkele keer als hij mij iets over het huiswerk vroeg. En nu kreeg ik zomaar een knipoog.

    Ik heb dat moment nog vaak geanalyseerd. Was het geen zenuwtrekje of een vliegje in zijn oog? Had ik het me verbeeld en had hij mij nooit geroepen? Maar ik kwam steeds tot dezelfde conclusie: het was echt. Jonas had naar mij geknipoogd.

    Laatbloeier

    Jonas zegt niet meteen: “Ik was ook verliefd op jou.” Hij zegt niets.
    “Sorry”, zeg ik dan maar. “Wat denk je nu?”
    “Het is apart, gek. Dat ik dat nooit door heb gehad.”
    “Echt nooit?”
    “Nee”, antwoordt Jonas. “Ik was daar zelf niet echt mee bezig. Ik was een laatbloeier en als veertienjarige dacht ik nog helemaal niet aan verliefd zijn, aan meisjes. Of aan jongens.”

    Aan jongens. Hij zegt het heel duidelijk, met nadruk. Ik voel weer dezelfde hoop van toen ik zestien was. Ik besluit om door te vragen, subtiel: “Hoe zou je dan hebben gereageerd als ik het je verteld had?”
    “Ik, eh, ik zou overdonderd zijn, denk ik. Ik zou niets gezegd hebben en zou erover na hebben moeten denken.”

    Beeld Kwennie Cheng

    Jonas blijft onduidelijk, hij zegt niet dat hij ook verliefd was op mij. Niets over zijn eigen geaardheid.
    “En nu?” vraag ik. “Hoe zou je nu reageren?”
    “Nu zou ik tegen je zeggen dat ik op meisjes val.”

    Op meisjes. Hij heeft het gezegd, en ik kijk hem aan alsof hij mij net in mijn gezicht heeft geslagen. Met lichte paniek in mijn stem vraag ik hem naar zijn knipoog. Maar hij weet niet waar ik het over heb.
    “Een knipoog? Weet je het zeker?” vraagt hij. “Dat kan ik me niet voorstellen.”
    Ik beschrijf tot in detail dat moment, maar hij blijft me verontschuldigend aankijken en zegt “sorry”. Ik zeg dat het niet uitmaakt, maar wil iets van hem horen. Bevestiging.

    “Maar hoe keek je dan naar mij?” vraag ik. “Wat vond je toen van me?”
    Hij denkt even na.
    “Ik kan me eigenlijk niet zo veel herinneren. Maar ik vond je denk ik wel een aardige jongen. Niet meer of minder.”
    Wel een aardige jongen, daar moeten mijn huidige en mijn dertienjarige ik het mee doen, niet meer of minder.

    Goede smaak

    Verderop in het gesprek zegt Jonas nog een paar keer “sorry”. Hij is nog steeds lief, net als toen. Ik zeg dat ik het oké vind, maar weet niet zeker of dat ook echt zo is. De afgelopen zes jaar heb ik vaak aan hem gedacht, terwijl hij de afgelopen zes jaar nooit aan mij heeft gedacht. Daar ben ik nu achter.

    “Wat bijzonder allemaal”, zegt Jonas aan het eind van het gesprek. “Ik voel me wel vereerd.”
    Hij lacht. Ik lach met hem mee, met moeite.

    Ik vraag me af of ik wel met hem had moeten afspreken. Het voelt niet alsof ik nu iets heb bereikt of dat ik er iets aan heb overgehouden. Het voelt juist alsof ik iets heb ingeleverd. Niet alleen de hoop die ik mezelf als dertienjarige zo gunde, maar ook de magie van al die herinneringen aan hem. Zoals zijn knipoog, vooral zijn knipoog.

    Het enige dat ik niet heb ingeleverd, is de juistheid van de verliefdheid. Ik had een goede smaak toen ik dertien was, dat bewijst de jongen tegenover me. Hetero, dat wel.

    We staan op en lopen samen naar buiten. Voor het koffiezaakje steekt hij zijn hand uit en we beloven elkaar om binnenkort weer eens af te spreken, uit beleefdheid. Ik kijk hem na terwijl hij wegloopt. Dan, vlak voor hij de hoek omgaat, draait hij zich nog even om. Hij steekt zijn hand op, lacht even. En hij knipoogt. Denk ik. Hoop ik.

     

  • Wat wil je later worden?

    Deze column verscheen eerder op Leesfeest.nl.

    ‘Wat wil je later worden?’ vroeg mijn oma altijd op mijn verjaardag. Ze was niet de enige: ook andere grijze familieleden wilden het weten. En met kerst, zwemdiploma-uitreikingen, bruiloften, familiedagen en zelfs op begrafenissen werd de vraag steeds weer gesteld.

    Misschien was het niet zo gek dat mijn familie het iedere keer opnieuw vroeg: ik gaf ze altijd een ander antwoord.

    Mijn eerste antwoord was boer. De koe was mijn lievelingsdier en hoe konden er anders honderd koeien in mijn tuin rondlopen? Al snel vond ik boer een beetje saai. Cowboy, dat was wat ik later zou worden. Vanwege de koeien, maar ook omdat ik dan achter boeven aan mocht zitten. Mijn zus vertelde toen dat ik dan naar Amerika moest verhuizen. Dat wilde ik niet, niet zonder mijn moeder, dus koos ik voor mierencircusdirecteur. Mieren hadden we gewoon in onze achtertuin.

    Mijn vader vond een mierencircus geen goed idee. Volgens hem kon ik beter iets kiezen waar mensen wat aan hebben. Monsterjager dus, want iedereen is bang voor monsters! Na een inbraak bij de buren, ging ik niet meer op monsters jagen maar op boeven: Pim de politieagent. Ik wilde vanaf dat moment bij de politie, maar eigenlijk ook wel bij de brandweer en bij het leger.

    Daarna wilde ik juist iets heel anders worden: zanger. Zingen deed ik altijd al onder de douche, en alleen mijn zus schreeuwde dan dat ik mijn mond moest houden – zo slecht kon ik dus niet zijn. Maar ik werd al snel voor het eerst verliefd, op mijn beste vriend Nick. Dus toen hij vertelde dat hij profvoetballer wilde worden, wilde ik ook bij het Nederlands elftal. En toen zijn antwoord veranderde in danser, veranderde mijn antwoord ook. Een jaar later was ik niet meer verliefd en ging ik minister-president worden. Er waren genoeg problemen in de wereld die ik moest oplossen! En anders wilde ik ze ook wel oplossen als dokter, astronaut, wetenschapper, tovenaar, visser, buschauffeur, bakker, piloot, treinmachinist, tandarts, tandartsassistent…

    Het is nu later en mijn eerste boek is net uit, ‘Het lammetje dat een varken is’. Ik ben dus schrijver geworden. Dat was nooit een van mijn antwoorden. Of toch wel?

    Mijn eerste boek speelt zich af op een boerderij en ik was dus even een boer. Mijn tweede boek gaat over grote monsters en om dat te schrijven moest ik een echte monsterjager zijn. Nu ben ik bezig met een verhaal over voetballers en tijdens het schrijven zie ik mezelf naar een bal rennen, schieten en scoren! Binnenkort begin ik met een boek over cowboys en ik kan nu al niet wachten om achter de boeven aan te zitten.

    Als schrijver ben ik dus eigenlijk geworden wat ik altijd al wilde: alles!

  • Ontwerp en uitwerking door: August van de Ven